Vakken

Op Steenspil kun je leren op je eigen niveau; dat verzorgt Steenspil in het Steenspil-lokaal. Dit is een extra groot lokaal waar je met leerlingen uit andere brugklassen werkt onder begeleiding van docenten. Dit maakt Steenspil bijzonder. Nederlands, Engels en Wiskunde kun op je eigen niveau volgen. Daarnaast is er ook extra aandacht voor Taal en Rekenen.

Nederlands, Engels en wiskunde leren op je eigen niveau.

Op Steenspil wordt op niveau gewerkt aan Nederlands, Engels en Wiskunde. Je wordt voor deze drie vakken ingedeeld op je eigen niveau. Dat kan afwijken van het advies of de leerweg waarvoor je bent aangemeld. Je krijgt extra ondersteuning waar dat nodig is, zodat je weer op het niveau komt van jouw leerweg. Ook is het mogelijk dat je de lesstof op je eigen of zelfs een hoger niveau krijgt.

Hoe doen we dat?

In de brugklas krijg je drie lesuren Nederlands, Engels en wiskunde per week. Twee daarvan zijn zogenaamde expert-uren. Je krijgt les in een ‘gewoon’ klaslokaal en krijgt daar uitleg over de nieuw te leren lesstof en maakt de daarbij behorende oefeningen. Je krijgt begeleiding op basis van instructiebehoeften, dat wil zeggen dat sommige kinderen meteen na de uitleg aan de slag kunnen. Andere leerlingen krijgen dan verlengde instructie, voordat zij met de opdracht beginnen. In het derde uur van de week zit je in een groter lokaal, het Steenspil-lokaal, mogelijk met leerlingen uit de andere brugklassen, waar je onderverdeeld wordt in groepjes.

Toetsing

Hoe weten de docenten wie in welk niveau thuishoort? Aan het begin van het schooljaar wordt uitgegaan van de gegevens die de basisscholen aanleveren én het drempelonderzoek dat wordt afgenomen op Steenspil.

In de loop van het schooljaar wordt bij elke brugklasser tweemaal een Cito-toets afgenomen. De rapportcijfers, het resultaat van de Cito-toets en jouw houding bepaalt het niveau voor de nieuwe periode. Steenspil streeft ernaar je op een zo hoog mogelijk niveau te laten uitkomen.

Taal en rekenen

Naast de vakken Engels, wiskunde en Nederlands wordt er op Steenspil ook gewerkt aan taal- en rekenvaardigheden. Beide vakken krijg je één uur in de week, waardoor je de andere lessen beter kunt volgen.

Je wordt voor deze twee vakken ingedeeld op het onderdeel van taal of rekenen, waarin je minder goed bent. Op basis van de Cito-toets wordt bepaald welke ondersteuningslessen jij nodig hebt. Je krijgt extra ondersteuning waar dat nodig is. Voor taal zijn dat de onderdelen: leesvaardigheid, spelling, grammatica of werkwoordspelling en voor rekenen: meetkunde, getallen, verhouding of verbanden.

Je wordt drie keer per jaar ingedeeld voor een onderdeel. Meteen aan het begin van het schooljaar, na het 1e rapport en na het 3e rapport. Zo kun je je op meerdere onderdelen voor taal en rekenen ontwikkelen.